De adem als anker
In week 1 heb je de bodyscan gedaan, een reis door je lichaam. Deze week voegen we er een tweede anker aan toe: je ademhaling.
Waarom de adem? Omdat hij altijd beschikbaar is. Je kunt niet altijd gaan liggen voor een bodyscan. Maar je kunt altijd ademen. In de supermarkt, in een vergadering, in een ruzie, op de fiets. Eén bewuste ademhaling is de kleinste meditatie die bestaat, en soms is het genoeg.
Je adem is ook een spiegel van je innerlijke staat. Als je gestrest bent, wordt je ademhaling oppervlakkig en snel. Als je ontspannen bent, wordt hij diep en langzaam. Door je adem te observeren zonder hem te veranderen, leer je iets over hoe je je voelt, vaak voordat je geest het doorheeft.
Een belangrijk punt: we observeren de adem. We sturen hem niet. Het is verleidelijk om dieper te gaan ademen zodra je erop let, dat is een vorm van streven, van willen veranderen. Probeer in plaats daarvan de adem te volgen zoals je een kat zou volgen met je ogen: niet sturen, alleen kijken waar hij naartoe gaat.